Picard opstarten
Once Picard has been installed on your system, most of the time you will be starting it by clicking an icon on your desktop or in a start menu. This will run the program using the default location for the configuration file and configured logging level. Picard can also be started from a command line prompt with some overrides available. From the command line, you can also specify files or directories to load into Picard for processing. Please see Bijlage C: Opties voor de opdrachtregel for more details about the available options.
Sinds Picard 2.9 zal Picard proberen om maar één exemplaar van het programma tegelijk uit te voeren. Als Picard wordt opgestart, controleert hij of er al een ander exemplaar met dezelfde versie, configuratiebestand en opstartstatus voor plug-ins (-P) actief is. Als dezelfde versie al actief is, worden bestanden of mappen die in de opdrachtregel van het nieuwe exemplaar zijn opgegeven, samen met andere opdrachten die met de opties -e of --exec zijn opgegeven, doorgegeven naar het al actieve exemplaar en wordt het dubbele exemplaar uitgeschakeld. Zo kan je het verwerken van meerdere bestanden door andere processen laten initiëren. Als er nog geen exemplaar van die versie actief is, wordt Picard normaal opgestart.
Picard kan ook ‘onafhankelijk’ worden opgestart. In dat geval kan het exemplaar informatie niet naar een ander actief exemplaar versturen en ook geen informatie van een ander exemplaar ontvangen.
Met het opdrachtregelargument -s / --stand-alone worden exemplaren altijd als onafhankelijke exemplaren opgestart.
Als er al een exemplaar actief is wanneer er een nieuw exemplaar wordt opgestart, en dat exemplaar niet onafhankelijk is, worden eventuele opdrachtregeloverschrijvingen van het type -d / --debug, -M / --no-player of -N / --no-restore van het nieuwe exemplaar genegeerd. Alleen de opgegeven bestanden of mappen en (eventuele) opdrachten worden dan voor verwerking aan het actieve exemplaar doorgegeven. En als een primair exemplaar is opgestart met een van deze overschrijvingen in de opdrachtregel, heeft het opstarten van een exemplaar van die versie zonder de overschrijving geen effect op de instellingen voor de gebruikersinterface van het al actieve exemplaar.
Alle exemplaren die met de opdrachtregelargumenten -h / --help, -v / --version of -V / --long-version worden opgestart, zullen altijd de gevraagde productinformatie retourneren en afsluiten, ongeacht of er al een exemplaar actief is.
Please refer to the Opdrachten en groepen bestanden verwerken section for more information.