Opdrachtregelopdrachten

Picard kan verwerkingsopdrachten accepteren via de opdrachtregel (met de optie -e) of door ze uit een tekstbestand te laden. Opdrachten zijn niet hoofdlettergevoelig en worden verwerkt in de volgorde waarin ze worden ontvangen. Picard herkent de volgende opdrachten:

CLEAR_LOGS

Gebruik: CLEAR_LOGS
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Wist alle regels in Picards logboek. Dit is gelijk aan het klikken op de knop Logboek wissen in het logboekvenster dat je kan openen via ‘Hulp ‣ Fout- en debuglogboek bekijken’.

CLUSTER

Gebruik: CLUSTER
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Clustert alle bestanden in het clusterdeelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ Clusteren’.

FINGERPRINT

Gebruik: FINGERPRINT
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Berekent akoestische vingerafdrukken voor alle (gekoppelde) bestanden in het rechter deelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ AcoustID-vingerafdrukken aanmaken’.

FROM_FILE

Gebruik: FROM_FILE <bestandspad>
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Laadt opdrachten uit een bestand. Het bestandspad kan zowel absoluut als relatief zijn en verwijst naar een tekstbestand met de opdrachten die moeten worden uitgevoerd. Elke opdracht moet op een aparte regel staan, samen met eventuele argumenten. Witregels en regels die beginnen met een hekje (#) worden genegeerd. Met FROM_FILE kan een opdrachtbestand zelf ook weer naar een opdrachtbestand verwijzen. Cirkelverwijzingen (door een opdrachtbestand aan te roepen dat al wordt verwerkt) worden genegeerd en als waarschuwing geregistreerd.

Stel je hebt een bestand commands.txt met standaardopdrachten die je wil gebruiken voor elke map die je verwerkt, zoals:

# Try clustering and lookup the clusters first
CLUSTER
LOOKUP_CLUSTERED

# Save matched clusters
SAVE_MATCHED

# Calculate and submit fingerprints for the matched files
FINGERPRINT
SUBMIT_FINGERPRINTS

# Clean up and remove the saved files
REMOVE_SAVED
REMOVE_EMPTY

# Try scanning the remaining files to find matches
SCAN

# Save matched files from the scans
SAVE_MATCHED

# Clean up and remove the saved files
REMOVE_SAVED
REMOVE_EMPTY

# Any files remaining in the cluster pane could not be
# matched automatically

Je zou dan een map kunnen verwerken door Picard te starten met de volgende opdracht:

picard -e LOAD path/to/directory/of/unprocessed/files -e FROM_FILE commands.txt

LOAD

Gebruik: LOAD <ondersteunde MBID/URL of pad naar een bestand/map>
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Laadt een of meer bestanden/mappen/MBID’s/URL’s in Picard. Dit is gelijk aan het toevoegen van het bestand, de mappad,URL of MBID in de opdrachtregel.

Bestanden en mappen kunnen worden opgegeven met het pad (zowel absoluut als relatief) naar het bestand of de map, eventueel met stationaanduidingen. Ze kunnen ook met de prefix file:// worden opgegeven. URL’s moeten worden opgegeven met de prefix http:// of https://. MBID’s moeten worden opgegeven in de indeling mbid://<entity_type>/<mbid>, waarbij <entity_type> ‘release’, ‘artist’ of ‘track’ is en <mbid> de MusicBrainz-ID van het object is.

Als je iets met een spatie opgeeft, moet je het geheel tussen aanhalingsteken zetten (zoals "/home/user/music/mijn hitje.mp3").

LOOKUP

Gebruik: LOOKUP [clustered|unclustered|all]
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Zoekt bestanden in het clusterdeelvenster op. Opties zijn alleen geclusterde bestanden, alleen niet-geclusterde bestanden of alle bestanden. Als er geen optie wordt opgegeven, worden alle bestanden opgezocht.

Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ Opzoeken’.

LOOKUP_CD

Gebruik: LOOKUP_CD [apparaat/logboekbestand]
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Leest de cd in het geselecteerde station of een logboek van een cd-ripper en zoekt de cd op in MusicBrainz. Als er geen argument wordt opgegeven, wordt standaard het eerste (op alfabet) beschikbare cd-station gebruikt.

Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ Cd opzoeken …’.

PAUSE

Gebruik: PAUSE <aantal seconden pauze>
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Pauzeert het verwerken van opdrachten gedurende het opgegeven aantal seconden.

QUIT

Gebruik: QUIT [force]
Geïmplementeerd: Picard 2.9

De opdracht QUIT wacht tot alle opdrachten zijn uitgevoerd en vraagt Picard daarna om zichzelf af te sluiten, net zoals een gebruiker zou doen die de interface van Picard afsluit. Zo kan Picard dezelfde controles uitvoeren, zoals of bestanden nog niet zijn opgeslagen. Als ‘force’ wordt toegevoegd als argument, slaat Picard de controle op niet-opgeslagen bestanden over.

Zodra de opdracht QUIT in de wachtrij is gezet, kunnen er geen andere opdrachten meer worden uitgevoerd. Als de gebruiker in het dialoogvenster over niet-opgeslagen bestanden de opdracht QUIT annuleert, kunnen er weer nieuwe opdrachten in de wachtrij worden gezet.

REMOVE

Gebruik: REMOVE <pad naar één of meer bestanden>
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verwijdert de opgegeven bestanden uit Picard. Als er geen argumenten worden opgegeven, gebeurt er niks.

REMOVE_ALL

Gebruik: REMOVE_ALL
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verwijdert alle bestanden uit Picard.

REMOVE_EMPTY

Gebruik: REMOVE_EMPTY
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verwijdert alle lege clusters en uitgaven.

REMOVE_SAVED

Gebruik: REMOVE_SAVED
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verwijdert alle opgeslagen bestanden uit het rechter deelvenster.

REMOVE_UNCLUSTERED

Gebruik: REMOVE_UNCLUSTERED
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verwijdert alle niet-geclusterde bestanden uit het clusterdeelvenster.

SAVE_MATCHED

Gebruik: SAVE_MATCHED
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Slaat alle gekoppelde bestanden in het rechter deelvenster op.

SAVE_MODIFIED

Gebruik: SAVE_MATCHED
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Slaat alle gewijzigde bestanden in het rechter deelvenster op.

SCAN

Gebruik: SCAN
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Scant alle bestanden in het clusterdeelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ Scannen’.

SHOW

Gebruik: SHOW
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Maakt het actieve exemplaar van Picard het huidige actieve venster.

SUBMIT_FINGERPRINTS

Gebruik: SUBMIT_FINGERPRINTS
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Verstuurt de akoestische vingerafdrukken van alle (gekoppelde) bestanden in het rechter deelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht ‘Hulpmiddelen ‣ AcoustID’s versturen’.

WRITE_LOGS

Gebruik: WRITE_LOGS <pad naar uitvoerbestand>
Geïmplementeerd: Picard 2.9

Schrijft de logboeken van Picard naar een opgegeven uitvoerbestand. Dit is gelijk aan het gebruiken op de knop Opslaan als … in het logboekvenster dat je kan openen via ‘Hulp ‣ Fout- en debuglogboek bekijken’.