Opdrachtregelopdrachten
Picard kan verwerkingsopdrachten accepteren via de opdrachtregel (met de optie -e) of door ze uit een tekstbestand te laden. Opdrachten zijn niet hoofdlettergevoelig en worden verwerkt in de volgorde waarin ze worden ontvangen. Picard herkent de volgende opdrachten:
CLEAR_LOGS
Wist alle regels in Picards logboek. Dit is gelijk aan het klikken op de knop Logboek wissen in het logboekvenster dat je kan openen via .
CLUSTER
Clustert alle bestanden in het clusterdeelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht .
FINGERPRINT
Berekent akoestische vingerafdrukken voor alle (gekoppelde) bestanden in het rechter deelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht .
FROM_FILE
Laadt opdrachten uit een bestand. Het bestandspad kan zowel absoluut als relatief zijn en verwijst naar een tekstbestand met de opdrachten die moeten worden uitgevoerd. Elke opdracht moet op een aparte regel staan, samen met eventuele argumenten. Witregels en regels die beginnen met een hekje (#) worden genegeerd. Met FROM_FILE kan een opdrachtbestand zelf ook weer naar een opdrachtbestand verwijzen. Cirkelverwijzingen (door een opdrachtbestand aan te roepen dat al wordt verwerkt) worden genegeerd en als waarschuwing geregistreerd.
Stel je hebt een bestand commands.txt met standaardopdrachten die je wil gebruiken voor elke map die je verwerkt, zoals:
# Try clustering and lookup the clusters first
CLUSTER
LOOKUP_CLUSTERED
# Save matched clusters
SAVE_MATCHED
# Calculate and submit fingerprints for the matched files
FINGERPRINT
SUBMIT_FINGERPRINTS
# Clean up and remove the saved files
REMOVE_SAVED
REMOVE_EMPTY
# Try scanning the remaining files to find matches
SCAN
# Save matched files from the scans
SAVE_MATCHED
# Clean up and remove the saved files
REMOVE_SAVED
REMOVE_EMPTY
# Any files remaining in the cluster pane could not be
# matched automatically
Je zou dan een map kunnen verwerken door Picard te starten met de volgende opdracht:
picard -e LOAD path/to/directory/of/unprocessed/files -e FROM_FILE commands.txt
LOAD
Laadt een of meer bestanden/mappen/MBID’s/URL’s in Picard. Dit is gelijk aan het toevoegen van het bestand, de mappad,URL of MBID in de opdrachtregel.
Bestanden en mappen kunnen worden opgegeven met het pad (zowel absoluut als relatief) naar het bestand of de map, eventueel met stationaanduidingen. Ze kunnen ook met de prefix file:// worden opgegeven. URL’s moeten worden opgegeven met de prefix http:// of https://. MBID’s moeten worden opgegeven in de indeling mbid://<entity_type>/<mbid>, waarbij <entity_type> ‘release’, ‘artist’ of ‘track’ is en <mbid> de MusicBrainz-ID van het object is.
Als je iets met een spatie opgeeft, moet je het geheel tussen aanhalingsteken zetten (zoals "/home/user/music/mijn hitje.mp3").
LOOKUP
Zoekt bestanden in het clusterdeelvenster op. Opties zijn alleen geclusterde bestanden, alleen niet-geclusterde bestanden of alle bestanden. Als er geen optie wordt opgegeven, worden alle bestanden opgezocht.
Dit is gelijk aan de opdracht .
LOOKUP_CD
Leest de cd in het geselecteerde station of een logboek van een cd-ripper en zoekt de cd op in MusicBrainz. Als er geen argument wordt opgegeven, wordt standaard het eerste (op alfabet) beschikbare cd-station gebruikt.
Dit is gelijk aan de opdracht .
PAUSE
Pauzeert het verwerken van opdrachten gedurende het opgegeven aantal seconden.
QUIT
De opdracht QUIT wacht tot alle opdrachten zijn uitgevoerd en vraagt Picard daarna om zichzelf af te sluiten, net zoals een gebruiker zou doen die de interface van Picard afsluit. Zo kan Picard dezelfde controles uitvoeren, zoals of bestanden nog niet zijn opgeslagen. Als ‘force’ wordt toegevoegd als argument, slaat Picard de controle op niet-opgeslagen bestanden over.
Zodra de opdracht QUIT in de wachtrij is gezet, kunnen er geen andere opdrachten meer worden uitgevoerd. Als de gebruiker in het dialoogvenster over niet-opgeslagen bestanden de opdracht QUIT annuleert, kunnen er weer nieuwe opdrachten in de wachtrij worden gezet.
REMOVE
Verwijdert de opgegeven bestanden uit Picard. Als er geen argumenten worden opgegeven, gebeurt er niks.
REMOVE_ALL
Verwijdert alle bestanden uit Picard.
REMOVE_EMPTY
Verwijdert alle lege clusters en uitgaven.
REMOVE_SAVED
Verwijdert alle opgeslagen bestanden uit het rechter deelvenster.
REMOVE_UNCLUSTERED
Verwijdert alle niet-geclusterde bestanden uit het clusterdeelvenster.
SAVE_MATCHED
Slaat alle gekoppelde bestanden in het rechter deelvenster op.
SAVE_MODIFIED
Slaat alle gewijzigde bestanden in het rechter deelvenster op.
SCAN
Scant alle bestanden in het clusterdeelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht .
SHOW
Maakt het actieve exemplaar van Picard het huidige actieve venster.
SUBMIT_FINGERPRINTS
Verstuurt de akoestische vingerafdrukken van alle (gekoppelde) bestanden in het rechter deelvenster. Dit is gelijk aan de opdracht .
WRITE_LOGS
Schrijft de logboeken van Picard naar een opgegeven uitvoerbestand. Dit is gelijk aan het gebruiken op de knop Opslaan als … in het logboekvenster dat je kan openen via .